Terug naar onderwijs

Een goede vraag verdient soms wat stilte.

Niet elke stilte vraagt om een antwoord van de leraar. Soms is het precies de ruimte waarin een gedachte ontstaat.

Voorbeeldartikel voor de eerste versie van neuroniek.

Je stelt een vraag. Er gaan twee handen omhoog, iemand bladert nog in een schrift en achteraan kijkt een leerling nadenkend naar het bord. Het gesprek kan meteen verder. Maar wie denkt er dan nog mee?

De neiging om de stilte te vullen

Stilte voelt tijdens een les soms langer dan ze is. Een vraag herhalen, een hint geven of zelf al een antwoord aanreiken ligt voor de hand. Daardoor is niet altijd duidelijk of de oorspronkelijke vraag voldoende denktijd kreeg.

Dit is geen pleidooi voor één vaste wachttijd. Het is een uitnodiging om op te merken wat je doet wanneer het even stil blijft.

Meer dan een hand opsteken

Je kunt leerlingen eerst iets laten noteren of hun gedachte met een buur laten bespreken. Daarna kan het gezamenlijke gesprek beginnen. Zo hoeft een eerste idee niet meteen hardop en voor de hele groep te worden uitgesproken.

Welke werkvorm past, hangt af van het doel van het gesprek. Wil je voorkennis ophalen, een redenering horen of samen een probleem verkennen?

De vraag teruggeven

Misschien is de interessantste vervolgvraag niet “Wie weet het?”, maar “Hoe ben je tot die gedachte gekomen?”

Een lesgesprek krijgt ruimte wanneer ook de weg naar het antwoord aandacht mag krijgen.

  • vragen
  • klasgesprek